Ga naar de inhoud van deze pagina.

Frisbeegolf

Frisbeegolf

Hoe ver kun jij gooien? En hoe nauwkeurig? Bij frisbeegolf telt allebei. Maak een parcours in de tuin, het park of op het plein en ontdek het zelf!

Wat heb je nodig? 

  • Een frisbee 

  • Stoepkrijt, pionnen of hoepels om doelen te markeren 

  • Optioneel: een emmer of fles als extra uitdaging 

  • Minimaal 2 spelers 

  • Een open plek zoals een plein, park of grasveld 

Zo speel je Frisbeegolf 

  1. Maak een parcours van 5 tot 8 stations. Zet ze op verschillende afstanden: dichtbij, veraf, om een hoekje. 

  2. Markeer bij elk station een doel: een krijtcirkel op de grond, een hoepel, een emmer of een fles. 

  3. Alle spelers starten bij station 1 en gooien om de beurt richting station 2. 

  4. Je gooit altijd vanaf de plek waar de frisbee is geland, net als bij golf. 

  5. Raak je het doel? Dan mag je doorlopen naar het volgende station. 

  6. Houd bij hoeveel worpen je per station nodig hebt. Wie na alle stations de laagste score heeft, wint!  

Variaties  

Probeer de volgende variaties uit voor nóg meer speelplezier. 

  • Steeds verder: Maak elk station een stukje verder weg dan het vorige. Wie haalt de finish met de langste worp? 

  • Teamversie: Speel in tweetallen. Jij gooit richting het doel, je teamgenoot staat er vlakbij en mag de frisbee één keer 'tikken' als die net naast gaat. 

  • Hindernisbaan: Voeg obstakels toe! Gooi om een boom heen, over een bankje, of langs een pion. 

  • Tijdlimiet: Stel een timer in op 10 minuten. Wie heeft in die tijd de meeste stations geraakt?  

Toegankelijke opties 

  • Groter doel: Gebruik een hoepel of grote krijtcirkel in plaats van een emmer. Zo is het frisbeespel voor iedereen haalbaar. 

  • Kortere afstanden: Zet de stations dichter bij elkaar voor jongere of minder geoefende spelers. 

  • Geen score: Speel het parcours gewoon samen af zonder punten bij te houden. Het gooien zelf is al het plezier. 

  • Rolstoelvriendelijk: Speel op een verharde ondergrond, zoals een plein. Pas de afstanden aan.  

Waarom dit zo leuk is 

  • Je bepaalt zelf hoe moeilijk het wordt. Een emmer op 5 meter is iets anders dan een krijtcirkel op 20 meter. 

  • Iedereen heeft een eigen parcoursstijl. De één gooit ver en hoopt op het beste, de ander mikt millimeternauwkeurig. Allebei werkt. 

Veel plezier!